NATUUR IN ZUIDOOST 

Zuidoost heeft zich ontwikkeld heeft tot het ‘groenste’ deel van Amsterdam. Er is 35 m2 groen per bewoner (vergl Dapperbuurt: 0,2 m2).

In de Bijlmermeer zelf zijn tal van parken en groenstroken en ook de nieuwbouw van latere datum heeft volop groen gekregen. In 1985 en 1986 zijn de binnenterreinen heringericht. Veel groen is toen gesnoeid in verband met sociale al-dan-niet vermeende onveiligheid, en wordt thans aan de verdichtingsbouwdrang geofferd.

In de Bijlmermeer liggen het Bijlmerpark   (bekend van het Kwakoe-festival, de Japanse kersenbomen en  de gaaien) en de Bijlmerweide (begrenst door de Rijksweg Diemen-Driemond en de Weespertrekvaart-Gaasp met kuifeenden en soms zelfs zaagbekken, maar geliefd vanwege de staartmeesjes).

In de Bijlmermeer begint het Centraal Park (op de houtblokken veel paddestoelen waaronder oesterzwammen en hele kleine knotwilgjes, nu uitgebreid langs talud A9 met gebied met poeltjes) dat zich voortzet in Gaasperdam de Heemtuin Gaasperdam.
In Gaasperdam ligt verder het voormalige Floriade-terrein: het Gaasperplaspark (behalve de grote plas met zwembad ook de bijzondere tuinen).

Aan de zuidrand van 'de plas' ligt het natuurrecreatiegebied de Gaasperzoom (deels een spontaan gegroeid  wilgenbos) en aan de zuid- en oostkant het natuurrecratiegebied  De Hoge Dijk (zwembad en rietlanden met blauwborst en rietzangers, waar egelsboterbloem en grote boterbloem bloeien).

Al deze groene gebieden zijn in beheer bij de stichting Groengebied Amstelland.

Overige en bijzondere natuurgebieden in Gaasperdam zijn: De Riethoek (achter winkelcentrum Reigerbos, met veel duinsoorten op de puinstort zoals slangenkruid en af en toe een ijsvogel) en Klarenbeek  (bij de Hoge Dijk, met blaasjeskruid en dwergzegge en onlangs een nieuw aangelegde waterstrook)). In deze natuurgebieden heerst de vrije natuur en wordt zo veel mogelijk gedaan of niet-gedaan om de typische natuurwaarden van deze streek te behouden. De Riethoek en Klarenbeek zijn in beheer van de Natuurvereniging De Ruige Hof.

Nieuw aangelegd is het Diemerbos (veel kleine essen en elzen, met grote buizerds) en het Penbos (pitrussen en water met berg- en kuifeenden, regent veel))

De Ouderkerkerplas (overwinterplaats van 30.000 smienten, en met een oeverzwaluwwand) hoort niet echt tot Zuidoost, maar ligt er zo dichtbij dat we hem hier wel even noemen.

Niet alleen natuurhistorisch maar ook cultuurhistorischvan belang  is de Hollandsche kade (honderdjarige knotessen) Het veenriviertje HET GEIN (oudhollands riviertje met rietkragen en knotwilgen met steenuiltjes) begrenst ons zuidoost-gebied in het Zuiden. Het Gein loopt van de Utrechtse plaats Abcoude naar de Amsterdamse (en dus Noordhollandse) plaats Driemond (kruising Gein, Gaasp en Amsterdam-Rijnkanaal) Een tweede natuurlijke begrenzing vormt het Amsterdam-Rijnkanaal  (een voorbeeld van on-natuur).
 

Van oudsher bouwden de mensen hun huizen op de stevige grond die langs de riviertjes lag en nam men het achterliggende moerassige land in gebruik voor landbouw en veeteelt. Daardoor ontstonden de karakteristieken van het gebied: de uitgestrekte weilanden met grutto's, scholeksters, tureluurs en kieviten, de kronkelige riviertjes met oude knotwilgen en verder de hoogteverschillen in het landschap. Deze laatste zijn ontstaan door vervening: vanaf de 17e eeuw zijn er hele stukken veen afgegraven. Daarvan werd turf gemaakt, dat voor brandstof werd gebruikt. De plassen die daardoor ontstonden zijn later drooggemalen, en zo zijn vele poldertjes ontstaan.

Ter bescherming van de nesten van de weidevogels worden nu door vrijwilligers met toestemming van de boeren nestbeschermers geplaatst.
 
 
 
 

 © D. en M. van der Heijden, 10 over ZO. 1999, herzien december 2001