GESCHIEDENIS AMSTERDAM ZUIDOOST 

Bijlmermeer filosofie    -    Bestuurlijke geschiedenis    -    Bouw geschiedenis   -   Vernieuwingen Bijlmermeer



Amsterdam Zuidoost is het stadsdeel van de gemeente Amsterdam dat ten zuidoosten van het centrum is gelegen. Het stadsdeel wordt begrensd door het Amsterdam-Rijnkanaal, de gemeenten Diemen, Ouder-Amstel en Abcoude en door de A2.

Het stadsdeel Zuidoost omvat drie woongebieden: De Bijlmermeer, Gaasperdam en Driemond met in totaal ca. 90.000 inwoners, vergelijkbaar met steden als Zwolle, Delft en Alkmaar.

'BIJLMERMEER FILOSOFIE'

Kenmerkend voor dit stadsdeel is de vele natuur en de scheiding van de verschillende verkeersstromen. De woon- en leefideologie uit de jaren 60 was: licht, lucht en groen voor arm en rijk. Volledige scheiding van de functies wonen, werken, recreëren en vervoer werden opgenomen in het bestemmingsplan.

Het ontwerp van de Bijlmer is gebaseerd op 'De moderne stad', moderne architectuur-ideeën vastgelegd o.l.v. de Zwisterse architect Le Corbusier en in 1941 gepubliceerd in het Charter van Athene.

De buurten in de Bijlmermeer worden aangegeven met letters: D-,E-,F-,G-, en H-buurt. De namen van de flats zijn ontleend aan de boerderijen en kastelen die vroeger in de omgeving hebben gestaan. De alfabetische indeling is in straten van Gaasperdam voortgezet.

In Gein is er een 'Wethouder-buurt' en Geindriedorp heeft straatnamen ontleend aan strijders uit de Tweede Wereldoorlog en mensen uit het verzet. Mogelijk krijgen de straten in de wijk Vogeltjeswei de namen van tropische zangvogels.
 
 

BESTUURLIJKE GESCHIEDENIS

In 1622 kreeg Abel Matthijszoon Burch toestemming tot, en octrooi op, het op eigen kosten laten droogmaken van de Bijlmermeer. Het duurde vier jaar tot het droog was, maar de venige grond bleek niet echt vruchtbaar en kon eigenlijk alleen 's zomers gebruikt worden. Er kwamen veel wellen voor in de ondergrond.

In 1672 (het rampjaar) besloten de Burgemeesteren van Amsterdam dat de dijken van de Diemer- en de Bijlmermeer doorgestoken moesten worden als onderdeel van de Hollandse Waterlinie, om de Fransen tegen te houden. Bestuurlijk kwam de Bijlmermeer in de Franse tijd bij Weesp.

In 1678 volgde de tweede droogmaking. Bij de watersnoodramp van 1702 werd de dijk van de Bijlmerpolder voor een groot deel weggeslagen. De dijk met het zandpad van Amsterdam naar Abcoude werd wel hersteld, maar de polder werd niet weer drooggemalen. Amsterdam stortte uitgebaggerde modder in het water langs de dijk. In 1825 was de polder weer helemaal droog en de heemraden en ingelanden kregen een zelfstandige bestuurlijke status. De gemeente Bijlmermeer bestond uit de Bijlmerpolder en de Bijlmerlanden: de oost- en Westbijlmerpolder en het Bijlmerbroek. In 1846 werd het gevoegd bij de gemeente Weesperkarspel. Het zandpad werd in 1928 bestuurlijk overgedragen aan de provincie Noord-Holland.

Aan de dijk die de Bijlmerpolder omsloot werden boerderijen gebouwd met namen als Bellevue, Bijlmerzicht, Bijlmerlust, Landzicht, Eben Haezer.

In 1962 besloot de gemeente Weesperkarspel dat de boerderijen onteigend zouden worden en dat zou worden begonnen met het opspuiten van de polder.

In het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) voor Amsterdam, dat in 1935 werd opgesteld werd nog alleen uitgegaan van een stadsgroei naar het westen en zuiden, maar begin jaren zestig werd al duidelijk dat Amsterdam de grenzen van de stad en de grenzen van het AUP moest overschrijden. In 1957 zag de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland een mogelijkheid voor huisvesting van 100.000 mensen in de zuidoostlob. De vraag was toen waar de zuidoostlob bestuurlijk moest worden ondergebracht. Deze bestuurlijke touwtrekkerij is bekend geworden als "de Bijlmerkwestie". Op 27 oktober 1964 beslist de Tweede Kamer uiteindelijk dat de Bijlmermeer aan Amsterdam moet worden toegewezen. De minister (J. Smallebroek) verzette zich ertegen en daardoor werd een compromis bereikt: de Bijlmermeer werd vanaf 1-8-1966 voor twaalf jaar aan Amsterdam toegewezen met toestemming om 25.000 woningen te bouwen. Oostelijk Weesperkarspel kwam aan Weesp. De bestuurlijke organisatie van de Bijlmermeer bleef twintig jaar punt van discussie. In maart 1987 werd de Bijlmermeer samen met Gaasperdam ondergebracht bij stadsdeelraad Zuidoost.
 
 

BOUW-GESCHIEDENIS.

Het eerste uitgangspunt was het autovrije wonen.

Het tweede uitgangspunt was bouwen in hoogbouw.

De opzet was afgestemd op bouwen van grote wooneenheden in industriële systeembouw, die buiten het vastgestelde contingent voor woningproduktie om kon worden gerealiseerd. De Gemeenteraad van Amsterdam gaf de firma's Indeco Coignet en Intervam een afname-garantie van 6000 en 7000 woningen per jaar. In april 1965 publiceerde de afdeling Stadsontwikkeling de nota "Grondslagen voor de Zuid-oostenlijke stadsuitbreiding". Stedebouwkundige ir. G.A. Nassuth kwam met het plan woongebouwen van tien verdiepingen in een zeshoek neer te zetten. Deze honingraat zou de ideale vorm zijn om het idee van een binnenhof op te roepen

Tijdens de uitwerking van de plannen werden de idealen: ‘woningen op palen met een binnenstraat aan de zonzijde’, een voor een geschrapt, voornamelijk uit bezuinigingsoverwegingen.

Er kwam een onderhuis met binnenstraat aan de schaduwzijde en een berging beneden en een groot aantal woningen per lift zodat uiteindelijk ook galerijen nodig werden. Op enkele woontorens van 20 verdiepingen na (Gouden Leeuw ?) bestaat de hoogbouw uit woongebouwen van 9 verdiepingen op een dubbel onderhuis, in totaal circa 30 meter hoog.

In 1963 werd begonnen met de opspuitingen van de Bijlmerpolder. Vanaf 1965 werd er dag en nacht doorgewerkt. Ruim 5 miljoen kubieke meter zand werd vanuit de Vinkeveense plassen gehaald. Dit zand was extreem schoon, en omdat op het maaiveld nog steeds geen autoverkeer is toegestaan is de bodem nog steeds een van de minst verontreinigde in Amsterdam en zelfs in Nederland.

In 1966 was de Bijlmermeer de eerste wijk die in het stadsdeel Zuidoost werd aangelegd. En in 1968 kwamen de eerste bewoners (in Hoogoord kostte een zeskamerflat ¦. 324,= per maand). Begin 1970 woonden er al bijna 6000 mensen in de Bijlmermeer. In 1970 vond ook de eerste protestactie plaats tegen de beplanting van de balustrades, later gevolgd door acties tegen de relatief hoge huren en ontbrekende voorzieningen.

Tussen 1970 en 1975 (vóór de onafhankelijkheid) nam het aantal Surinamers dat zich in Nederland wilde vestigen toe. Een groot deel van deze mensen kwam in de Bijlmermeer terecht. De woningbouwverenigingen kampten in die tijd met nogal wat leegstand en de grote woningen leken bij uitstek geschikt voor kinderrijke Surinaamse gezinnen. In 1975 werd Gliphoeve het onofficiële opvangcentrum en toevluchtsoord voor honderden Surinamers. Gliphoeve, een van de slechtst gebouwde flats, werd al snel 'overbewoond' door mensen met een andere "wooncultuur".

Toen de verloedering echt een feit was en huurders uit eigen beweging de flat gingen verlaten waardoor een deel onverhuurd en/of gekraakt werd, besloot de overheid tot ontruiming en verbouwing van de flat naar kleinere portiekwoningen met mogelijkheid tot parkeren op het maaiveld.
 
 

In Kelbergen is van het begin af aan anders gebouwd: laagbouw met gedeeltelijke overdekte 'parkeerkuilen'.

In het gebied tussen de Bijlmermeer en de centrale stad is in de jaren 1981-1984 de buurt Venserpolder ontstaan. Bij het ontwerp van deze woonwijk is geprobeerd om terug te keren naar het idee van traditionele straten met woonblokken. Venserpolder met ca. 4000 (aanvankelijk zouden dat er 2000 woningen zijn, maar door de 'verdichting' werd dat het dubbele aantal) woning-wetwoningen is het ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau Carl Weeber: 16 bouwblokken in middelhoogbouw in een rechthoekig patroon, met 2 singels die dwars door de buurt lopen.

Dit ontwerp betekende een terugkeer naar het gesloten woonblok voorzien van gevarieerde binnenterreinen met kenmerkende inrichting, speelveld, nutstuinen, wilde planten. Naast een bejaardentehuis en bejaardenwoningen zijn er ook atelierwoningen en HAT-woningen gebouwd, een Centraal Wonenproject, een middelbare school (Augustinus College) en een mytyl-tyltyl-school.

Alleen in de Albert Camuslaan zijn winkels.

Na de opening van het drukke winkelcentrum 'De Amsterdamse poort' (15 jaar te laat) steeg het vertrouwen in de Bijlmer en daalde de leegstand enorm.

Dit 'centrum van Zuidoost' rond het station Bijlmer, omvat het Winkelcentrum De Amsterdamse Poort, de sportaccomodaties, en het stadion Amsterdam ArenA. De bouwbedrijvigheid in dit gebied is groot, er wordt b.v. nog een groot uitgaanscentrum met bioscoop, concerthal, terrassen verwacht.
 
 

VERNIEUWINGEN BIJLMERMEER

Overal in Nederland staan hoogbouwflats, maar nergens zoveel bij elkaar als in de Bijlmermeer: 30 gebouwen met daarin 13.000 woningen.

Alle idealen ten spijt over de vorming van een leefbare, groene, moderne en van alle gemakken voorziene wijk, kreeg de Bijlmer in de jaren tachtig de naam een onleefbare, ongezellige en onveilige wijk te zijn. Een aantal probleemgebieden in de oude hoogbouw zijn nu nog aan te wijzen, maar het stadsdeel- en gemeentebestuur doet er van alles aan om de veiligheid en de leefbaarheid als geheel te verbeteren. In 1992 is een vernieuwingsoperatie op gang gekomen, een project dat tot 2007 duurt en ca 2 miljard aan investeringen zal vergen. De vernieuwing steunt op drie pijlers: ruimtelijke vernieuwing, sociaal-economische vernieuwing en verbetering van het leefklimaat van de omgeving. Het gevolg is wel helaas dat er nogal wat groen sneuvelt.

Een van de wegen die gevolgd worden om de Bijlmermeer een vriendelijker karakter te geven, is het bewerkstelligen van een afwisselende bouw: drieduizend van de dertienduizend hoog-bouwwoningen worden gesloopt en vervangen door laagbouw in uiteenlopende klasse prijs- en huurwoningen. Daarnaast zijn in de Bijlmermeer de diverse woningbouwverenigingen samengevoegd tot één grote.

Ook het principe van scheiden van verkeersstromen wordt verlaten, helaas. Het plan 'Vogeltjesweide' (huisje boompje beestje op de oude locatie van Geinwijk) rekent voorgoed af met de woon- en leefideologie uit de jaren 60. Vogeltjesweide: de naam is geïnspireerd op de Surinaamse vogelzangverengingen die voorheen in deze buurt 's zomers wedstrijden hielden maar ironisch genoeg heeft men voor deze wijk de bomen gekapt waarin de roekenkolonie huisde. In de nieuwe wijk komen voornamelijk rijtjeswoningen met parkeerplaatsen voor de deur en toegang tot de tuinen die afgesloten kan worden.
 
 

© D. en M. van der Heijden, 10 over ZO. 28 juli 1999 (M)